Meneer Pip - Lloyd Jones

Personages migreren (Umberto Eco)


begin: Iedereen noemde hem Pop Eye. Al was ik destijds nog maar een grietje van dertien, ik had de indruk dat hij van die spotnaam wel wist, maar zich er niet druk om maakte. Zijn ogen waren te geïnteresseerd in wat zich verderop afspeelde om aandacht aan ons blootsvoetse kinderen te schenken.

p32: In de tropen valt de duisternis snel. Er zijn geen na-ijlende herinneringen aan de achtergelaten dag. Het ene moment zie je de honden nog, mager en schurftig. Het volgende moment zijn ze in zwarte schaduwen veranderd. Als je niet klaarstaat met kaarsen en kerosinelampen geeft die snel vallende duisternis je het gevoel dat je in een donkere cel wordt gestopt, waar tot de volgende zonsopgang niet aan te ontsnappen is.

wat te lezen na Meneer Pip: Grote verwachtingen van Charles Dickens

De zee - John Banville


begin: Ze vertrokken, de goden, op de dag met die vreemde vloed.

p82: Wanneer ik vol verlangen door al die nevels heen vanuit het maar al te werkelijke toen tuurde naar het als hemels voorgestelde nu, zag ik, ik zei het eerder, mijn toekomstige ik heel helder voor me als een man met stressloze interessegebieden en een geringe ambitie, in mijn kapiteinsstoel gebogen over mijn tafeltje zittend in net zo'n kamer als deze, in ditzelfde seizoen, tegen het eind van het jaar, met zacht weer buiten, rondtollende bladeren, tersluiks tanend daglicht en straatlantaarns die elke avond niet meer dan een fractie vroeger aangaan. Ja, zo stelde ik me de volwassenheid voor, een soort lange nazomer, een serene toestand, een kalme nonchalance, zonder één spoor van de amper draaglijke, rauwe directheid van de jeugdjaren en waarin al wat mij als kind bevreemd had, was opgehelderd, alle raadselen ontcijferd, alle vragen beantwoord, terwijl de seconden vrijwel ongemerkt wegsijpelen, druppel na gouden druppel, tot aan het definitieve, vrijwel onmerkbare einde.

p92: reigerachtige dames

p209: Nacht,en alles muisstil, alsof er niemand is, ook ikzelf niet. Niets te horen van de zee, die in andere nachten gromt en grauwt, nu eens dichtbij en irritant, dan weer ver weg en zwak. Ik wil niet op deze manier alleen zijn. Waarom ben je niet teruggekomen om bij me rond te spoken? Dat is het minste wat ik van je had verwacht. Waarom deze stilte dag na dag, nacht na eindeloze nacht? Het is een soort mist, deze stilte van jou.


Het boek der rusteloosheid - Fernando Pessoa


Dit boek geleend in de bib, maar staat nu op de verlanglijst. Een boek - niet om in één keer uit te lezen en op naar de volgende - maar een boek om te hebben, om in terug te bladeren en te herlezen. Moet niet alleen op de verlanglijst, maar ook op de lijst van boeken die er voor mij toe doen.
Ik kan me voorstellen dat wanneer ik bezegend was met dezelfde literaire talenten als Pessoa, ik net hetzelfde zou schrijven; zo vertrouwd en eigen voelt het aan wanneer ik het lees. Raar om te ervaren, maar dit boek van Pessoa lezen is ten rade gaan bij een geestverwant. Niet dat ik mij op hetzelfde niveau voel staan; megalomane gevoelens hebben hier niets van doen. Maar iets is er, en eenvoudig zeggen: dit boek raakt me, volstaat niet. Er zijn nog niet veel boeken die zo een weerslag hebben gehad; Proust, ja. Na Proust had ik het gevoel dat ik nooit meer van een ander auteur kon genieten. Een hele tijd lang kon geen enkel ander boek me nog boeien. Er ontbrak altijd wel iets aan. Proust te hebben gelezen - en dan nog maar één deel - heeft me eigenlijk het plezier in lezen een beetje ontnomen. Gewone hedendaagse literatuur voldeed niet meer; ik was altijd opzoek naar het ultieme boek dat de toets van vergelijking kon weerstaan. Om wat tot rust te komen ben ik dan maar een periode non-fictie gaan lezen.