Het kleine meisje van meneer Linh - Philippe Claudel
begin: Een oude man staat op het achterdek van een boot. In zijn armen houdt hij een lichte koffer en een pasgeborene, nog lichter dan de koffer. De oude man heet meneer Linh. Hij is de enige die weet dat hij zo heet, want iedereen die het wist is om hem heen gestorven.
Vanaf de achtersteven van de boot ziet hij zijn land steeds verder van hem verwijderd raken, het land van zijn voorvaderen en zijn doden, terwijl het kind in zijn armen ligt te slapen. Het land verwijdert zich, wordt oneindig klein, en ondanks de wind die met hem speelt als met een marionet, staat meneer Linh urenlang te kijken hoe het achter de horizon verdwijnt.
slot: Zijn enige kleine meisje. De kleindochter van meneer Linh.
p 8: Soms mompelt hij een liedje voor het meisje, altijd hetzelfde, en ziet hij haar ogen en mond opengaan. Als hij naar haar kijkt ziet hij meer dan het gezicht van een heel jong kind. Hij ziet landschappen, zonovergoten ochtenden, de trage, vredige tred van de buffels door de rijstvelden, de wijkende schaduw van de grote banianbomen aan de rand van zijn dorp en de blauwe nevel die tegen de avond uit de bergen afdaalt, als een sjaal die zachtjes over een paar schouders glijdt.
Wie scheep gaat - Rascha Peper
begin: Met tienduizend man zijn wij. Wáren wij, kan ik beter zeggen, want in het water rondom mij vallen hoe langer hoe minder soortgenoten te bespeuren. Hoeveel van ons er in de loop van de tijd zijn afgedreven, zoek geraakt, door monsters verzwolgen of in fjorden en rotsspleten vastgelopen, weet ik niet. Hoeveel tienduizend is, daar heb ik eigenlijk ook geen idee van. Om dat te weten te komen zou je je vleugels moeten uitslaan, je boven het water verheffen, een flink eind stijgen en dan vanuit de lucht naar beneden kijken. Dan zou je het overzicht hebben over tienduizend. Maar vliegen kunnen wij niet; we zijn uit één stuk gegoten en onze vleugeltjes liggen als kleine, puntige dekschilden tegen ons lijf. De lucht is ons element niet. Als we in de lucht gegooid werden, zouden we als stenen naar beneden vallen. Wij zijn voor het water ontworpen.
slot: Nu ik dit overdenk, gaan mijn gedachten naar al die anderen, de duizenden andere eendjes. Zijn die ook ergens aangekomen waar ze een naam gekregen hebben, precies de juiste naam, en waar van tijd tot tijd een grote, plastic teil met zoet water voor ze gevuld wordt? [...] Maar dit gaat veel te diep voor mij. Met veel denkvermogen ben ik niet begiftigd, dat zit evenmin in de formule. En in de verte komt mijn vriend aan rennen; ik kan zijn onderstel heel goed onderscheiden van soortgelijke onderstellen. Ik denk dat ik in het karretje moet.
Ja, je moet in het karretje, Sjoekoi, je gaat rijden.
p 206: je bent naar Amerika gegaan om een nieuw leven te beginnen - Gerard glimlachte - en daar heb je goed aan gedaan, heel goed, maar dan moet je ook alles doen om er wat van te maken, om in die maatschappij te aarden. Wie scheep gaat, moet varen hè? Zo is het nu eenmaal.
p479: Dit zijn de momenten waarop ik weet: dit is mijn bestemming, hiertoe ben ik gemaakt, beter dan dit is niet mogelijk in het leven. Dan ben ik zo volmaakt gelukkig, groter geluk is er niet.
De eerste keer dat ik iets las van deze schrijfster. Haar nieuwe boek Vingers van marsepein trok mijn aandacht. Mooie titel, net zoals andere van haar boeken: Rico's vleugels, Russisch blauw, Een Spaans hondje.De titels lokken, maar ik weet niet dat ik er op in ga; in elk geval toch niet onmiddellijk. Er staan weinig echt mooie zinnen in, en dat is toch één van de dingen wat bij mij een goed boek tot een écht goed boek maakt. Spjtig, maar de proloog en de epiloog vind ik veel beter dan de rest van het boek.
Wat zijn dan wel de pluspunten buiten de mooie titels. Het feit dat elk hoofdstuk óók een een mooie titel heeft - Cranberry juice, Een fijn paars streepje, Als een vis of een mol, Gelijk de regen - die me verder doen lezen. Ik hou van boeken met sprekende titels bij de hoofdstukken. Een boek zonder vind ik toch altijd iets missen. Ook de verschillende personages zijn goed uitgewerkt. Verder vind ik ook het niet onnodig werken rond een echt plot positief. Vaak moet alles hiervoor wijken; hier dus niet. In die zin deed het boek me een beetje denken aan boeken van David Mitchel zoals Wolkenatlas en Droom nummer negen. Verschillende verhalen worden verteld, maar toch is er iets dat alles op het einde als een puzzel in elkaar laat passen. Een boek dus met weinig plot maar daarentegen een lange rode draad, en dat vind ik altijd de beste leeservaring.
Abonneren op:
Posts (Atom)