******
begin: Ik kan me niet eens fatsoenlijk aan u voorstellen, want ik heb mijn naam verpatst.
p 413: De tijd... zelf hebben we er geen grip op. Een heel leven opgebouwd uit nu-momenten... het bestaan een constant vallende sneeuw van hedens... Onze kinderhandjes grijpen naar de vlokken. Niet eentje valt er uit de lucht te plukken... gesmolten al bij nadering van de warme hand... Soms, heel even, een koude prikkeling... onmiddellijk dovend... van een smeltend bijna-niets op de huid.
657: 'Movo, ik beken je tot mijn schande dat ik soms stink van afgunst op religieuze mensen, voor wie de zin...'
'Ja, zeg! Sla ze allemaal dood! Die kwezels laten zich, uit schaamte over hun door en door zinloze bestaan, door een ander een zin voorzeggen. Het is spieken in de biechtstoel. De man Gods verzint een zin voor ze, en als het meezit nog gratis ook. Zingeving, dat ik het. Je reinste fictie, geen filosofie. Grote stappen, gauw thuis.Nee, Tibbolt, als jij de zinloosheid van het leven op mijn schouders wilt afwentelen, moet je niet bigot beginnen te snotteren over je jaloezie op de beminde gelovigen... Dan wil ik ook horen dat er zelfs geen schijn van een zin te ontdekken is. Nergens. Op aarde niet en niet in de hemel. Nooit. Tot in de eeuwigheid der eeuwigheden niet. Niks, niemendal, nada.'
slot: Tonnis verdween uit het zicht. Al het gecijfer... gepas en gemeet... en waarvoor, in hemelsnaam? Om een handjevol aardbewoners te martelen met hun lot, en daar zelf een korstondig lustgevoel aan te ontlenen, niet langer dan de zaaduitstorting van een reebokantilope. Voor iemand van mijn komaf, zonder wie de hele wereld van licht verstoken zou zijn, moest er een hoger streven denkbaar zijn dan dergelijk sadistisch-voyeuristisch geknoei. De mens, zeg eerlijk, wat stelde dat nou helemaal voor?
Voetveeg van de geschiedenis, geen voetnoot waard.
Homo duplex 0 - De Movo Tapas, Een carrière als ander